
Het zacht en woordloos
spreken van de wind
in de bomen. De lamp
die de nacht van je dromen
omweeft met bladgoudlicht.
Een dichtbij vergezicht.
Hand die je geeft.
Hart dat je vindt.
Het kind dat in je leeft.
Weg die je lopend gaat.
Deur die open staat.
Gedicht: Catharinus van den Berg