Dubbelportret: Peter

Peter

Een man met een gitaar. Volkomen toegewijd. Maar
toegewijd aan wat? Aan de muziek? Die is hem net zo
lief als vreemd: ooit moest hij spelen om iemand te zijn,
op het gevaar af zich juist daarin te verliezen. Een man

met een gitaar. Die in zijn eigen wereld zit. Intern,
intiem verbond tussen ogen, neus en handen. De kale
kamer in zijn nieuwe huis voelt als een kluis, waar
hij alleen is. Hij. Alleen. Dat leerde hij van mannen

die hij volgde. Ze reikten hem wijsheid aan naar hun
vermogen. De man kon luisteren, bewaarde wat waar
was in zijn ogen. Toegewijd is hij, als een misdienaar
die eenmaal groot zijn eigen paden kiest. Zijn eigen

vrije zelf – maar toch verbonden. Hij is zijn eigen
eigenaar. Hij is een man die in zijn eigen wereld zit,
en dus bij zijn geliefden in de kamer, die hem zien.
Voor hen maken zijn slanke handen hun gebaar.

Zijn wijsvinger reikt tot de diepste snaar.

Foto Alba Rosa | Gedicht Catharinus | Heilige Ruimte

Een rug

Een rug

Een rug, een landschap als een boek, een beeld: liefdevol gepolijst
albast. Te lezen in de explosieve stilte van het licht, dat uit zo diep
een donker spat. Waar op de tast verrassing wacht, van huid en haar,
waaronder kracht: spieren, botten. Een leeslandschap, nauwelijks
met gewicht belast, op schouderhoogte vrijwel onverweerd, en elders
toch voorzichtig al vereerd met het zachte ademhalen van de tijd;
dat je al kijkend, lezend, een vermoeden leert. Van eeuwigheid.

Dit is een groot verhaal, hier staat geschreven. En toch: hier valt
geen woord. Gefluister op de lichthuid voor de lens, van een onaardse
aardsheid. Over een landschap dat bezocht werd in een heilige
drievuldigheid op de eerste dag van alle nieuwe dagen; gekust,
vervuld werd in een visioen op dag zeven. Rust. Leven. Dit is
een geestelijke huid, die geen geluid verdraagt van holle frasen,
onvatbaar nu voor het altijd blazen, altijd razen van de dingen.

Mystiek lichaam. Zinnebeeld om bij te zingen, zachtjes voor je uit,
een melodie van zielsverbondenheid, sereen als glas. Landschap met
twee ringen. Gesmeed in vuur en as, voor een huwelijk bij koninklijk
besluit. Die aan de hand behoort de bruid, de bruidegom woont maar
een hemel verderop. Waar hij wijn klaar heeft staan om nieuw met haar
te drinken. Waar witte kleren zijn, voor straks, als al het aardse
is verstomd. Omdat het feest zal zijn, die dag, wanneer hij komt.

Gedicht: Catharinus | Heilige Ruimte